|
De Brandende Braamstruik
Toen het ontdekt werd groeide de struik op de plaats waar de kapel van de brandende braamstruik nu staat. De kapel werd eerst gebouwd rondom de struik, zonder dak. Volgens de monniken werd het verplaatst naar de plek waar het nu is, buiten de muren van de kapel, toen voorgangers een dak op de kapel legden in de 10e eeuw.
De brandende braamstruik is eigenlijk een lid van de soort Rubus Sanctus, een zeer zeldzame endemische soort van centraal aziatisch origine. Het groeit in gebieden met een permanente watervoorziening. Aangezien het klooster 3 bronnen heeft binnen haar muren wordt het juiste habitat geboden. Er zijn maar 3 andere locaties bekend waar de Rubus Sanctus groeit. Een er van wordt vermeld in de beschrijving van Galt el Azraq.
Kapel van de Brandende Braamstruik
De kapel van de Brandende Braamstruik was in het begin waarschijnlijk een open binnenplaats, toegankelijk vanuit de basiliek. Op een gegeven ogenblik, waarschijnlijk in de 10e eeuw, werd een dak over de binnenplaats gelegd en een ontstond er een kapel. De struik werd verplaatst, en een altaar werd geplaatst op de plek waar de struik gestaan had. De apsis van de kapel is versierd met een mozaïek uit de tijd dat het dak gelegd werd.
De bron van Moses
Volgens de traditie kwam Moses bij deze bron aan, nadat hij uit Egypte verbannen was, en redde de dochters van Jethro van de grofheid van een aantal herders. Uit dankbaarheid gaf Jethro een van zijn dochters aan Moses als echtgenote. Er zijn twee andere bronnen binnen de klooster muren: de bron van St. Stephanus en de bron van St. Helena (beiden in het gebied dat gesloten is voor publiek). Een water-reservoir net buiten de muren van het klooster vangt het regenwater op dat vanaf de berg via pijpen naar beneden geleidt wordt.
De Basiliek
De basiliek werd gebouwd samen met de klooster muren op bevel van Keizer Justinian omstreeks 548 AD. Het wordt in drieën verdeeld door twee rijen van elk 6 pilaren. In de 11e eeuw werden de narthex en de kamers, nu kleine kapelletjes, in de zij-galerijen toegevoegd. De klokkentoren werd gebouwd onder supervisie van de monnik Basil in 1871. De toegang tot de basiliek is een 4-delige houten deur, ook daterend uit de 6e eeuw. De deuren zijn rijkelijk bewerkt met planten, vogels en dieren. Monniken scheppen er over op dat de deuren de oudste nog werkende deuren zijn. De basiliek is rijkelijk versierd dankzij de lange geschiedenis van donaties en giften. Voorin is de apsis, nu verborgen door een iconostase van de 17e eeuw met een afbeelding van Christus, de heilige Maria, St. Katherine, St Nicolaas, St. Michael en St. Johannes de Doper en de belangrijke liturgische feestdagen. De koepel van de apsis is versierd met een magnifieke mozaïek van de 6e eeuw , "de transfiguratie van Christus", waarin Christus wordt afgebeeld tijdens zijn verschijning op de berg Tabor, geflankeerd door Moses en Elijah en de discipelen Johannes en Jakobus (knielend) en Petrus op de voorgrond. De sarcofaag van St. Katherine is aan de rechterkant van de apsis.
De Narthex
De narthex (een vestibule gereserveerd voor vrouwen, boetelingen en geloofsleerlingen) werd aan de basiliek toegevoegd in de 11e eeuw. De deuren dateren ook uit de Fatimid periode in de 11e eeuw. Een van de panelen in de deur laat de Transfiguratie van Christus zien. Een selectie van de ionen collectie en een kopie van het document getekend door de profeet Mohammed wordt tentoongesteld in de narthex.
De Moskee
De moskee werd gebouwd in 1106 door het verbouwen van een kapel opgedragen aan St. Basil. In de moskee staat een zeer zeldzame en kostbare minbar (preekstoel) uit de Fatimid periode. Het draagt een kuffisch geschrift dat verslag maakt dat de minbar een geschenk was van Abu Ali el Mansur Anushtakin el-Amiri in de maand Rabi I van het Hegira jaar 500 (1106 AD).
De Bibliotheek (niet geopend voor het publiek)
Er wordt gezegd dat de bibliotheek de op een na beste collectie van manuscripten en miniaturen heeft van de wereld. De codices, voornamelijk in het grieks geschreven, werden geschreven door de monniken van het klooster. Tussen deze kostbare codices zijn de Codex Siniaticus en de Codex Syriacus. De Codex Siniaticus werd ontdekt in 1844 door Fredrich von Tischendorf. Hij mocht het manuscript meenemen naar Cairo voor nader onderzoek. Hij schonk het manuscript later aan de Tsar van Rusland, Alexander II (1859). In 1933 verkocht de Bolsjewistische regering de Codex aan het Brits Museum, waar het nu nog te zien is. De Codex gaat terug tot de 4e eeuw. Het bevat een deel van de Oude Testament, de gehele Nieuwe Testament en de gehele Apostel van Barnabas en een deel van de Herder van Hermas. Een dozijn ontbrekende bladen van de Codex werd in 1975 gevonden in een stapel manuscripten. Deze bladen zijn nog in het klooster. De Codex Syriacus dateert uit de 5e eeuw en bevat delen van het Nieuwe Testament. Dit document is nog in de bibliotheek van het klooster.
|
Codex Sinaiticus
|
|

St. Peter, laat 6e eeuw, gebrandschilderd icoon |
|
The Hemelse ladder, vroeg 12e eeuw, tempura op paneel
|
|
De Iconen Galerij (entree tegen betaling)
Het klooster heeft meer dan 2000 iconen in zijn bezit, sommigen gaan terug tot de 6e eeuw. Sommige van de iconen werden geschilderd door de monniken van het klooster die een Sinaitisch School der Kunsten ontwikkelden. Een groot aantal van de iconen dateren uit 1200 AD toen de Aartsbisschop van Kreta vele kunstwerken schonk aan het klooster, inclusief vele iconen. De oudste en zeldzaamste iconen dateren uit de 6e en 7e eeuw, waarbij gebruik gemaakt werd van de brandschilder techniek (opgewarmde was-kleuren). Het klooster was gespaard gebleven van de beeldenstorm dat door Europa woedde in de 8e en 9e eeuw, aangezien het in Islamitisch gebied was, en alle iconen van vroegere periodes werden gespaard. De beeldenstorm was een theologisch debat tussen de Byzantijnse Kerk en de staat. De controversie duurde circa een eeuw, tussen de jaren 726 - 787 en 815 - 843. Gedurende deze tijd verbod de keizerlijke wetgeving de productie en gebruik van afbeeldingen. Het kruis werd verheven tot de meest aanvaardbare vorm van versiering voor de Byzantijnse kerken.
De Oude Eetzaal (niet geopend voor het publiek)
De rechthoekige Oude Eetzaal (ook bekend als de Kruisvaarders Kerk) heeft een Gotisch gewelfd dak, de bogen zijn versierd met de wapens en andere symbolen van de Ridders van de Kruisvaart. Er zijn muurschilderingen op de muren uit de Kruisvaarder tijdperk tot de 16e eeuw. De belangrijkste kenmerk binnen de kamer is een lange tafel met verfijnde houtbewerkingen, hier gebracht in de 18 eeuw vanuit Korfu.
|
De Tuin en de Begraafplaats
De tuin, omgeven door een stenen muur, heeft fruitbomen, olijfbomen en een paar hoge cipressen De begraafplaats is ook binnen de tuinmuren. Aangezien er een gebrek aan ruimte is, zijn er maar 6 graven. De lichamen blijven in de graven voor 5 jaar, waarna ze opgegraven worden. De geraamtes worden geplaatst in de crypte van de Kapel van St. Tryphon, ook wel de Knekelhuis genoemd. |
 |
De Knekelhuis
De geraamtes van alle monniken die geleefd hebben en gestorven zijn in het klooster worden hier uiteindelijk bewaard. Om ruimte uit te sparen worden de botten in een stapel bewaard terwijl de schedels in een andere stapel bewaard worden. Alleen de geraamtes van vermaarde monniken worden in hun eigen niche ter ruste gelegd, zoals het geraamte van St. Stefanus, die in de 6e eeuw de confessies van pelgrims afnam bij de Poort der Biecht.
|
 |
Klooster Gastverblijven
Voor de westelijke muur van het klooster zijn kamers gebouwd om gasten onderdak te bieden voor de nacht. De kamers zijn netjes, en hebben een toilet en douche met heet water. Tegenover de kamers is een coffeeshop waar warme en koude dranken en snacks te koop zijn. Het restaurant serveert alleen ontbijt en avondeten voor de gasten. Voor meer informatie ga naar Accommodatie.
|
 |
Nabi Haruun
De heuvel aan de linkerkant, bij het begin van de toegangsweg naar het Klooster, wordt Nabi Haruun (ofwel de profeet Aaron) genoemd. Dit is de plaats volgens de bedoeïenen waar Aaron stond terwijl hij de supervisie had over het maken van de Gouden Kalf. Aaron wordt boven op de heuvel door de bedoeïenen herdacht met een witte schrijn. Er staat ook een grotere kapel, een restauratie (1911) van een veel oudere kapel, ter herdenking aan Aaron die gewijd werd in de tabernakel boven op deze heuvel, opgericht door Moses.
|
 |
Het Kalf
Niet ver van Nabi Haruun, aan de rechterkant, in de monding van wadi Shrayj, is een depressie in de rots in de vorm van een kalf. Monniken in de 18e en 19e eeuw lieten deze depressie zien aan bezoekers met het verhaal dat Aaron het gebruikte als mal voor het vormen van de Gouden Kalf.
|
 |
|