skyline high mountains


St. Katherine


logo away away

AWAY AWAY
for sinai insights

 

 

 

 

Klooster van St. Katherine

Achtergrond en Geschiedenis

Het Klooster van St. Katherine is opgericht op de traditie van de vroege christelijke kloosterorde, op de spiritualiteit van de woestijn en de voorstelling dat omdat het leven in de woestijn zwaar is men wellicht daar God zal aantreffen. De kloosterorde groeide en bloeide als eerste in het spiritueel centrum van de Joods-Christelijke en Moslim wereld rond 250 AD, de woestijn binnen een omtrek van 300 km van de Moses Berg, deels vanwege de achtervolgingen die egyptische christenen de Sinai woestijn in dwongen. Toen de achtervolgingen tot een halt kwamen werd Feran, een vruchtbare en aangename plaats, de meest gewilde plaats in de Sinai voor degenen met een aantrekking tot de kloosterorde. Gebel Serbal werd enige tijd beschouwd als de Moses Berg. Monniken vandaag de dag zeggen dat hun voorgangers met zekerheid wisten dat ze de Moses Berg hadden gevonden toen bedoeïenen hun een speciale struik lieten zien aan de voet van de berg, waarvan men zei dat het de Brandende Braamstruik was (350 AD). Een monnik uit Syrie bezocht de plaats rond 360 AD en bouwde de eerste kapel boven op de berg. Omstreeks 380 Ad bouwden kluizenaren een toren waar ze zich konden terugtrekken als ze aangevallen werden. Ook bouwden ze een kapel, ten ere van de Maagd Maria, naast de Brandende Braamstruik. Heremieten en kluizenaren woonden in de bergen rond de Moses Berg waar ze hun eigen tuinen en fruitbomen hadden in met aarde gevulde bassins en ze de fijne kunsten van het enten en kweken uitoefenden. Alleen op de Zaterdag en Zondag kwamen ze naar beneden naar de kapel voor de mis en om goederen uit te wisselen.

Tijdens de regeerperiode van Keizer Justinian (527 -567 AD) waren plunderende nomaden de monniken aan het teisteren, ze plunderden de voedsel-opslagplaatsen en ontheiligden de kerken. De officiele versie zegt dat monniken de keizer smeekten, die een reputatie had als groot bouwer en beschermer van het Christendom, en de keizer toestemde om een klooster te bouwen. Maar Justinian had natuurlijk meer strategische redenen om het klooster te laten bouwen. Zijn rijk strekte zich uit van Gibraltar naar Mesopotamie. Hij probeerde de kwetsbare oostelijke en zuidelijke grenzen te beschermen door forten te bouwen die dienden als verdedigings-posten posten. Sommige van deze forten waren tegelijkertijd kloosters waarbij de monniken dienden als agenten van het rijk. Niet ver van het klooster van St. Katherine bouwde Justinian ook het klooster van Kolzim (nu Suez) en Raithu (nu El Tor), beide belangrijke handels-havens.


foto: Frans v. Zomeren

De kloostermuren omsloten de Brandende Braamstruik, de kerk en de toren - een gebied van 70 x 80 meter. De muren werden gebouwd met graniet uit de omgeving, 12 - 15 meter hoog en 2 - 4 meter dik. De bouwvakkers, die Justinian liet brengen van oost Europa en Alexandrie en die de voorvaderen zijn van de Jabaliya (zie ook De Jabaliya in St. Katherine), veranderden de kerk in een basiliek die de heiligste plek - de brandende braamstruik- omgaf. De basiliek werd de Basiliek van de Transfiguratie genoemd, de apsis had een prachtige mozaïek van de verschijning van Christus op Berg Tabor, geflankeerd door Moses en Elijah. De monniken scheppen op dat de deuren van de basiliek, bewerkt met dieren, vogels en planten, de oudste nog werkende deuren zijn. Voor het hout van de deuren en andere delen werd lokaal hout gebruikt.

Het Klooster, ingezegend als het Klooster van St. Maria, draagt een inscriptie boven de hoofd-ingang (westelijke muur) in beide grieks en arabisch geschreven: "Deze heilige klooster werd op de Moses Berg opgericht, waar God tot Moses sprak, door de nederige koning der Romeinen, Justinian, ter herinnering aan hem en zijn vrouw Theodora tot in eeuwigheid".

 

Volgens de verslagen bezocht Mohammed de Sinai als een handelaar, voordat hij profeet werd. Hij zocht onderdak bij het klooster en werd goed behandeld. Dus toen een delegatie van monniken naar Medina reisden in 625 AD om bescherming te verkrijgen, ontvingen ze de garantie in de vorm van een document getekend door de profeet. In dit document werden de monniken vrijgesproken van militaire dienst en belastingen en het beloofde hen zijn bescherming. Dit document werd in 1517 door Sultan Selim in beslag genomen om zijn collectie te verrijken, maar een kopie is nog steeds te vinden in het klooster. In 639 AD veroverde Caliph Omar en zijn leger de Sinai en Egypte. De Caliph, die regeerde van 634 - 644 AD, beval alle inwoners zich tot de Islam te bekeren, alleen de monniken werden hiervoor vrijgesproken. De monniken konden ongemolesteerd verder leven in hun klooster.

De moskee binnen de klooster muren werd, volgens de monniken, gebouwd toen Caliph el Hakim (1010 AD) er op uit trok om het klooster te vernietigen. Een groep monniken ging de Caliph tegemoet en smeekte hem om het klooster te sparen aangezien het een heilige plaats was voor Moslims. Tegelijkertijd werkten een andere groep monniken koortsachtig om een moskee te bouwen op de plek waar volgens hen de profeet Mohammed gestaan had. In werkelijkheid is de moskee pas later, in het jaar 1106, gebouwd nadat de kruisvaarders Jerusalem in bezit namen, wellicht om een aanval van het Ottomaanse leger tegen te houden.

Na het jaar 1000 AD werd het klooster geassocieerd met de heilige St. Katherine (zie ook Gebel Katherine). Het nieuws van wonderen verspreidden zich toen zieken bleven genezen door het stoffelijk overschot van St. Katherine. De geest van St. Katherine ondersteunde Jean d'Arc. Ze werd de heiige van vele kerken, universiteiten en ziekenhuizen in Europa. Haar stoffelijk overschot werd van de berg Gebel Katherine naar beneden gebracht en in een gouden kist in de basiliek te rusten gelegd. Het klooster werd hernoemd tot het klooster van St. Katherine.

Het Klooster van St. Katherine verkreeg de cultuur en doctrine van de byzantijnse orthodoxe kerk maar ontwikkelde een grote mate van onafhankelijkheid en autonomie vanwege haar roem en verafgelegen locatie. Het verwijderde zich van de splitsing tussen de romeinse en orthodoxe kerken (1054) en behield goede connecties met Rome. , De aartsbisschop en abt van het klooster handelen in feite onafhankelijk, hoewel ze nominaal onderworpen waren aan de orthodoxe patriarch van Jerusalem tot 1782 en nog immer door hem ingezegend worden. Deze onafhankelijkheid en autonomie waren zeer winstgevend voor het klooster aangezien het haar geld en materiële rijkdom, verkregen van pelgrims and kruisvaarders en door donaties van vele koningen, niet hoefde te delen. Zelfs de val van de Sinai aan de Ottomaanse Turken (sultan Selim ) remde de stroom van inkomsten niet, aangezien het klooster bescherming kreeg volgens een decreet uitgegeven door Sultan Selim in 1517. Het klooster profiteerde ook van giften van landerijen gegeven door kruisvaarders en andere landveroveraars. Het klooster had zusterhuizen en cellen verspreid door Egypte, Perzie en langs de kust van de Rode Zee en Arabie. Het klooster had uiteindelijk, in de 13e eeuw, 105 verschillende landerijen. De belangrijkste zusterhuizen van het klooster stonden op Kreta, vanwege donaties die teruggingen tot de 10e eeuw maar met name door donaties van de Aartsbisschop van Kreta, een verwoed aanhanger van St. Katherine, in 1203 AD. De kretaanse erfenis is zichtbaar in de verzameling van zo'n 2000 iconen waarvan zo'n 1500 van kretaanse afkomst zijn.

De kult van St. Katherine verminderde met de reformatie in de 16e eeuw. Het klooster zou armer zijn geworden indien de Russische Tsaar niet tussen beiden was gekomen, haar orthodoxe beschermheer wordend. Russische Tsaren bleven prachtige giften aan het klooster geven totdat de 1e Wereld Oorlog en de Russische Revolutie het tsarendom tot een einde brachten. De rijkdommen van het klooster verminderden, land-eigendommen werden in beslag genomen of vernietigd. Er zijn nu nog maar 11 zusterhuizen over: 2 op Kreta, een op het griekse eiland Zakynthos, 3 op het vaste land van Griekenland, een in Istanbul, 2 op het vaste land van Egypte en het klooster van Feran en El Tor.

Het klooster vandaag volgt de liturgie van de oosterse orthodoxe kerk volgens de regels van St. Basil.

St. Basil (329-379 AD) werd geboren in Caesarea, de oudste zoon uit een familie van 10. Hij studeerde in Athene waar hij uitsprong in filosofie, dichtkunst en elk andere tak van de literatuur maar ook in de bijbelwetenschap. Hij keerde terug naar Caesarea, Cappadocie, in 355. Hij reisde naar Pontus in 358 waar hij een klooster stichtte. In latere jaren stichtte hij nog een aantal kloosters in Pontus. Hij schreef de Langere en Kortere Regels voor Monniken: hij draagt de monniken op gastvrij te zijn naar vreemden, hij maakt notitie van elk kanonisch uur van gebed. Hij keerde terug naar Caesarea in 366, in 370 wordt hij tot aartsbisschop ingewijd.

vervolg op de volgende pagina

Voor meer informatie neem contact met ons op via :katherine@awayaway-sinai.net of bel 00 20 122270443